Inclusief trainen

Een hartstilstand kan iedereen overkomen. Toch werd er jarenlang vooral getraind met één type reanimatiepop: een “standaard” volwassen man. In de praktijk klopt dat beeld niet. Mensen verschillen in lichaamsbouw, geslacht en fysiologie. Daarom wordt inclusief trainen met verschillende lichaamstypes steeds belangrijker.

Waarom inclusief trainen belangrijk is

Tijdens een echte reanimatie telt elke seconde. Twijfel of onzekerheid kan kostbare tijd kosten. Door te trainen met diverse lichaamstypes:

  • herkennen cursisten verschillende situaties sneller;
  • nemen drempels en aarzeling af;
  • wordt de training realistischer.

Dit vergroot de kans dat iemand daadwerkelijk ingrijpt.

Welke verschillen spelen een rol?

1. Geslacht (bijvoorbeeld vrouwelijke reanimatiepoppen)

Onderzoek laat zien dat er bij vrouwen vake twijfel is om te starten met reanimatie. Redenen zijn onder andere onzekerheid over handplaatsing, sociale drempels en de angst om iets verkeerd te doen. 
Met een vrouwelijke reanimatiepop leer je correcte handplaatsing bij een ander lichaamsprofiel én omgaang met realistische scenario’s.

2. Lichaamsbouw en borstweerstand

Niet ieder lichaam reageert hetzelfde op borstcompressies. Denk aan verschillen tussen een slank en een zwaarder postuur.

Naast standaardmodellen zijn er ook speciale reanimatiepoppen voor training op personen met obesitas, zoals de zogenoemde bariatrische trainingsmodellen (bijv. Fat Old Fred). Deze simuleren:

  • een grotere borstomvang;
  • extra weerstand;
  • aangepaste handpositionering en techniek

Wat zijn de voordelen van inclusief trainen? 

Realistischere training
De oefensituatie sluit beter aan op de werkelijkheid.

Minder aarzeling
Cursisten weten wat ze kunnen verwachten en handelen sneller

Betere leerresultaten
Meer variatie zorgt voor diepere kennis en betere vaardigheden.

Geschikt voor moderne richtlijnen
Inclusiviteit wordt steeds vaker meegenomen in trainingen en richtlijnen

Praktische tips

Wil je inclusiever training? Kies dan voor een mix van lichaamstypes en combineer met feedbacksystemen voor beter leerresultaat.